Archief | augustus, 2010

De tzatziki crisis

30 aug

Het is iets na één uur in de nacht. De boulevard van Chersonissos is gevuld met dansende mensen. De deuren van alle barretjes, clubs en pubs staan wagenwijd open. De boxen bij de ene tent staan nog harder dan de andere. Een (illegale) mannelijke roma van rond de 60 rent als een gek aan mij voorbij. De heliumballonnen, zijn verkoop waar, als een strakke lijn achter hem aan. Voor de proppers is het nu spitsuur. Zo vlug mogelijk proberen ze de toeristen met hun gladde praatjes naar hun café te lokken. En dan opeens wordt de muziek  minder.  De uitgaansgelegenheden sluiten hun deuren, en de proppers zoeken een zo onopvallend mogelijk plaatsje op het terras. Net wanneer hun billen de stoelen raken, komt er zachtjes een politieauto de hoek om rijden. De zwaailichten staan aan en zorgen ervoor dat het feestende publiek plaats maakt. De auto rijdt gestaag voorbij en vlak voordat de auto de hoek is om geslagen gaan de deuren weer open. De proppers staan op en gaan verder alsof er niks is gebeurd.

 Wie aan Griekenland denkt, denkt aan tzaziki, mooie stranden, raki, witte huisjes met blauwe daken en de Sirtaki. Echter, na een week in Kreta kon ik al een heel ander rijtje aan dit lijstje toevoegen, namelijk een land dat gebaseerd is op corruptie, vriendjespolitiek en misleiding.

 Officieel is het voor de kroegen en clubs verboden om ’s nachts de deuren open te hebben wegens de geluidsoverlast. Proppers zijn sowieso niet toegestaan. ‘But money makes the World go around’ zei een Griekse clubeigenaar toen ik hem ernaar vroeg. De eigenaren betalen elk seizoen een flink bedrag zodat ze niet worden opgepakt. Maar het voorval met de politie dan? Ach.. dat is gewoon voor de show, en een machtspelletje van de politie zei hij.

 Als Griek is het van groot belang dat je een goed netwerk hebt. De kassa op de zaak waar ik werkte had bijvoorbeeld een speciale knop waarop we de kortingen in moesten voeren als er een buurman of kennis van de baas langs kwam. En andersom kreeg hij dan bij hun weer korting. Of het nou ambtenaren waren of fruitverkopers.  Zo kwam het ook dat mijn baas op een dag zwaar chagrijnig binnen kwam. ‘The school doesn’t want to take  my kids because I don’t know the headmaster’ riep hij enigszins verontwaardigd.

Het moge duidelijk zijn. Een oplossing voor de Griekse crisis ligt naar mijn mening niet in de miljardensteun die Europa momenteel investeert. De Griekse mentaliteit moet gewoon weer terug naar de basis. Terug naar de tzaziki, mooie stranden, de raki, de witte huisjes en de Sirtaki.

ps. Voor wie de Sirtaki na het lezen van deze blog nog niet in het hoofd heeft. Klik HIER voor een leuke bijpassende versie.

De zomer voorbij

27 aug

De afgelopen drie jaar heb ik me er goed van kunnen weerhouden om bij een studentenvereniging te gaan. Maar na een vakantie met wekenlang zon, zee, zomer en geluk, vond ik het nodig om iets te doen waardoor ik het nieuwe schooljaar weer met beide voeten op de grond zou beginnen….

Zo kwam het dat ik  afgelopen zaterdag om half acht ’s ochtends voor mijn huis stond om mijn splinternieuwe matje aan mijn stuur te binden. Mijn weekendtas deed ik als een brugklasser met zijn eerste eastpack op mijn rug. Bij mijn inschrijving kreeg ik, op z’n zachts gezegd, nogal een vreemde paklijst aan spullen mee. Een compleet servies van de Blokker (inclusief artikelnummer), een panty van de Zeeman, sokken van de Hema en noestig krullende wiki wigi (nee dit is geen typfout). In mijn hoofd ga ik het nog even allemaal na. Check, check, dubbel check. De ontgroening kon beginnen.

 Eenmaal bij de achteringang van de sociëteit aangekomen, worden we opgewacht door een paar jongens in rokkostuum. Ze gniffelen en maken hardop sarcastische opmerkingen over de novieten die voor hen staan. We worden verzocht om onze weekendtas verticaal tegen het muurtje aan te zetten en om vervolgens strak tegen elkaar op onze tassen te gaan zitten. Lang hoeven we niet te wachten. Wanneer iedereen zit moeten we weer op staan om een knoopzak te maken van een door iedere meegebrachte hoeslaken. Rokkostuum 1 leest een lijst voor met spullen die we in de knoopzak moeten doen en vervolgens worden we in groepjes van tien de binnenplaats van de societeit in geduwd. Boze meerderdejaars kijken ons vanaf het dak streng aan. Als we onze weekendtassen hebben gedropt moeten we strak tegen de muur gaan staan en een studie maken van onze schoenen.

 Enkele minuten later heb ik de twijfelachtige eer om als één van de eersten het sociëteitsgebouw te betreden. Gewapend met enkel alleen nog mijn knoopzak met onder andere het Blokker-servies, de Hema-sokken en een watervaste stift loop ik, met een nerveuze hartslag, het gebouw binnen..

 Mijn eerste obstakel staat bij de wc. Een in zwart gekleed meisje met boze, zwart omlijste ogen en haar haar in een strakke knot naar achter, schreeuwt tegen ons dat  elk meisje wordt gedwongen te toiletteren (of je nou moet of niet) en om haar make-up en sierraden af te doen.  Op de w.c probeer ik nog even tot mezelf te komen. Maar dan wordt er hard op de deur gebonkt. ”Kut Noviet! Opschieten!  Je bent niet de enige! AFKNIJPEN KUT NOVIET.”’

 Met mijn broekrits nog half open, ren ik door naar de volgende ruimte waar een aantal net zo donkere types me gebaart nog sneller te zijn. Alle spullen moeten uit mijn knoopzak worden gehaald en in de daarvoor bestemde bakken worden gedrapeerd. ”SNELLER! OPSCHIETEN NOVIET” schreeuwt een bebaarde jongen met een stropdas in rood-groene verenigingskleur in mijn oor. Hij blijft vlak achter mij lopen. Ik begin uit nerveusiteit te lachen. Een doodszonde voor novieten, zo blijkt.  Na een scheldserenade vraagt de bebaarde stropdas dreigend naar mijn naam. ”EN NU OPDONDEREN NOVIET!”. Snel ren ik naar de volgende ruimte. Op de vloer staan met stoepkrijt getekende hokjes met daarin nummers die totaal niet op volgorde staan. Ik krijg mijn novietenpaspoort in mijn handen gedrukt. Nummer 123. ”ZITTEN”. Om mij heen is het een gekkenhuis. Er wordt vanaf alle kanten geschreeuwd, gescholden en gedreigd. Na een kwartier in kleermakerszit voel ik dat mijn voeten slapen. Ik wil me uitrekken maar word gelijk op orde geroepen door iemand van de ontgroeningcommissie. ”STIL ZITTEN”. Naast mij zit een meisje met lang haar. Enkele lokken vallen in haar gezicht. Als ze haar staart strakker wil maken krijgt ze er van langs. ”NIET AAN JEZELF ZITTEN”.

 Na enkele uren mogen we eindelijk opstaan. De lichten gaan uit, wat de sfeer en de mensen van de ontgroeningcommissie nog enger maakt. We worden gedwongen om als zombies achter elkaar in een rondje door de zaal te lopen. Een bierlucht vult de ruimte. De stropdassen, baarden en zwarte ogen zijn nog furieuzer dan ervoor. Af en toe worden er willekeurig novieten uit de groep gehaald die voor straf op hun knieën moeten gaan zitten, kruipend verder moeten gaan of als een moslim moeten bidden terwijl ze teksten te roepen als ‘Ik zal u gehoorzamen meneer de assessor campus 1”. Als ik om me heen kijk zie ik allemaal verdwaasde gezichten. Het is duidelijk. Dit zouden 10 hele lange dagen gaan worden…

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.