Voetbal. Ik heb er niks mee. Ik kan nog net het Nederlands elftal onderscheiden van de tegenpartij en ik weet in welk doel de bal moet komen, maar daar houdt het dan ook zo ongeveer mee op. Gek genoeg was een bezoek aan het Estadio Santiago Bernabéu een van de hoogtepunten van mijn trip naar Madrid.
Omdat ik de Spaanse hoofdstad op een andere manier wilde leren kennen dan de standaard toeristische plekjes, zoals Palacio Real, het Prado en en Plaza Mayor, trok ik eind mei samen met een vriendin en 80.532 andere mensen naar het Madrileense stadion om een voetbal wedstrijd van oud Real Madrid spelers tegen het veteranen team van Inter Milaan te aanschouwen. Voetbal is namelijk de nationale sport van Spanje en Real Madrid de meest succesvolle club.
Het was maar vijf haltes naar het eindstadion. Maar bij elke stop in de Metro persten zich meer en meer joelende voetbalsupporters tegen ons aan. Het lawaai bij aankomst was enorm. En toen bleek dat alle reisgenoten uit onze metro nog maar een schijntje waren vergeleken met het totale volk dat zich inmiddels bij Bernabéu verzamelt had. Eenmaal binnen bleek dat onze plekken zich in de nok bevonden. Rennend over de roltrappen haastten we ons naar boven. En dan ineens uit het niets was daar een immens uitzicht. Vanuit een van de doorgangen naar de tribunes zie ik de overkant van het stadion. De afstand is zo groot dat de supporters zijn veranderd in gekleurde vlekjes zo groot als een duimnagel. Bernabeu is met ruim tachtigduizend zitplaatsen niet eens een van de grootste stadions ter wereld, (In de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang staat namelijk een voetbaltempel met een capaciteit van 150.000 plekken. Maar de Arena heeft, ter vergelijking, plaats voor maar ongeveer 50.000 mensen) maar zo veel mensen bij elkaar maakt een geweldige indruk.
We lopen de gang door en komen uit bij de tribunes. Ik kijk recht in een scherp afdalende tribune en moet even slikken als ik besef dat we nog hoger moeten klimmen om bij onze plek terecht te komen. Uiteindelijk laat ik me zakken op een van de plastieken blauwe stoeltjes. De Milaanse spelers lijken aan Real Madrid gewaagd en de ene na de andere bal vliegt in het doel. Het publiek zet regelmatig de wave in en de coaches lijken om de tien minuten een speler te wisselen. Waar ik thuis nog regelmatig achter de televisie in slaap val omdat het zo saai is, hoef ik me hier geen enkele minuut te vervelen.
Naast mij zitten een paar trouwe Real Madrid fans aandachtig naar het veld te staren. Tussen het kijken door splitten ze vakkundig de zonnebloemzaadjes tussen hun tanden om de hulsjes vervolgens op de grond uit te spugen. Een echte traditie, zo blijkt. Want wanneer ik na anderhalf uur het stadion weer verlaat is de betonnen vloer van de tribune bruin gekleurd door alle uitgespuwde zaadjes.