Twee uur. Dat is de tijd die je er over doet om naar Madrid te vliegen. Een week voor mijn vakantie reed ik in dezelfde tijd met de Intercity vanaf Utrecht naar Maastricht. Een gek idee.
Als ik op Eindhoven Airport aankom zie ik dat er zelfs vluchten vertrekken naar Rotterdam! De aswolk die het vliegverkeer in half Europa stil legde, geeft wel aan hoe afhankelijk we zijn geworden van Boeings en Airbussen. Doordat bedrijven steeds meer op internationaal gebied gaan samenwerken, maar ook omdat de mijn generatie steeds vaker een vliegvakantie naar de Griekse eilanden boekt in plaats van dat we met ons tentje naar Terschelling gaan. Tja, en waarom ook niet. Vliegen is snel, goedkoop en redelijk comfortabel.
Veertig euro lichter, ik laat mijn boarding pass aan de grondstewardess zien en loop de slurf die me naar het vliegtuing leidt, binnen. Ik kies een plaats op de eerste rij. Naast het raampje. Last van vliegangst heb ik niet. Maar na de recente vliegrampen in Smolensk, Tripoli, Suriname en India ga ik dit keer toch iets minder relaxed het vliegtuig in. Wanneer de banden het laatste contact met de grond verbreken keert mijn maag zich even om. Het zal toch wel goed gaan? Eenmaal veilig boven de witte wolkendeken word ik weer rustig en durf ik mijn stoelriem los te maken. Ik lees nog wat in mijn Capitoolgids en voor ik er erg in heb, wordt de landing al weer ingezet. Tot San Sebastian hebben we boven een bewolkt gebied gevlogen maar ineens komt de Spaanse kustlijn in beeld. Zonovergoten bruine en groene weiden vullen het land. Af en toe een dorpje, een berg of een meer. De druk in mijn oren neemt toe. Snel zoek ik naar mijn pakje kauwgum. Maar het is al te laat. Het industrieterrein rond om Bajaras Airport komt griezelig dichtbij en dan ineens zie ik de landingsbaan naast me. Met een lichte tik en een enorme vaart landen we op het vliegveld. Mijn ogen vallen op de zwarte letters bij een van de Hangars. Bienvenido a Madrid!